Overige gedenktekens



























X. OVERIGE GEDENKWAARDIGHEDEN

A. GEPLAATST VOOR 29 MAART 1814

1. GRONINGEN

a. Grafmonument

[5163]ACCIPE, POSTERITAS, QUOD PER TUA SECULA NARRES. IOHANNES WESSELUS GANSEFORTIUS VULGO LUX MUNDI DICTUS, VIR ERUDITIONE ET PIETATE INSIGNIS, LINGUAE DIVINAE RESTAURATOR PRIMUS, PHILOSOPHUS, MEDICUS, IURISPERITUS, POLYHISTOR, THEOLOGUS SUMMUS. NATUS GRONINGAE, CIRCA ANNUM MCCCC. DENATUS GRONINGAE, QUARTO NONARUM OCTOBRIS MCCCCXC. NOVISSIMA MORIENTIS VOX: NIL EGO SCIO PRAETER CHRISTUM ET EUM CRUCIFIXUM. IN MEMORIAM CIVIS IMMORTALITATE DIGNISSIMI INFRA SEPULTI MONUMENTUM HOC ERECTUM.
Beeldhouwwerk: Borstbeeld van Johannes Wesselus Gansefortius, gekleed in gewone toga, met 'cuculla' en muts, die de magister artium ontving bij zijn promotie in de vrije kunsten.
N.B. Vervaardigd en geplaatst op last van de gilden in voormalige Olde Convent, die aldaar vergaderden, ter vervanging van GDW, nr. 541. Zie: KGO, blz. 108a. In 1862 overgebracht naar Martinikerk. Zie: GDW, 5164, 5166. Sterfdag 1489, waarschijnlijk 4 oktober.
GDW, blz. 910, nr. [5163].

b. Grafzerken

[5164]IOHANNIS WESSELI GANSFORTY TUMULUS.
N.B. Geplaatst in Rode Weeshuis ter vervanging van GDW, nr. 541. GAG, Raadsresolutie 11 november 1637. Overgebracht naar Martinikerk, 1862. Afgebeeld: Nieuwsblad van het noorden, 7 juni 1962, blz. 3. Wessel Gansfort overigens nimmer aangetroffen met naam Johannes. Over deze vergissing: Maarten van Rhijn. Wessel Gansfort. 's-Gravenhage 1917. Blz. xxxi. Zie: GDW, nrs. 541, 5163, 5166 en KGO, blz. 108a. Sterfdag 1489, waarschijnlijk 4 oktober.
GDW, blz. 910, nr. [5164].

[5165]D.O.M. NE VIRI OPTIME DE INSTAURANDA HUMANITATIS DISCIPLINA MERITI REGNERI PRAEDINII GYMNASIARCHAE GRONINGANI, NATI ANNO MDIIX, MORTUI ANNO MDLIX, MONUMENTUM VETUSTATE CORRUPTUM MALE PERIRET QUAE AB UTILITATE PUBLICA NOMEN HABET SOCIETAS GRONINGANA AERE PRIVATIM COLLATO RESTITUENDUM CURAVIT ANNO MDCCCX.
N.B. Geplaatst Martinikerkhof ter vervanging van GDW, nr. 345 door departement Groningen van de maatschappij tot nut van het algemeen. Zie: GVA, 1926, blz. 187. Ook: J. Vinhuizen. Stads- en dorpskroniek van Groningen (1800-1900). Bolsward 1935.B1z. 74.911
GDW, blz. 910, nr. [5165].

B. GEPLAATST NA 29 MAART 1814

1. GRONINGEN

a. Gedenksteen

[5166]HOC MONUMENTUM E COENOBIO VIRGINUM SANCTAE CLARAE, QUOD OLIM HAC IN URBE FUIT, HUC TRANSLATUM EST, ANNO MDCCCLXVI.
N.B. Geplaatst Martinikerk bij GDW, nr. 5163. Sint Clara = Geestelijke maagden convent Oldeconvent = Rode weeshuis.
GDW, blz. 912, nr. [5166].

2. HEILIGERLEE

a. Gedenknaald

[5167]DEN ONVERWONNEN HELD ADOLF GRAAF VAN NASSAU HIER TER PLAATSE VOOR 'S LANDS VRYHEID GESNEUVELD DEN 23 MEI MDLXVIII. DOOR HET DANKBAAR NAKROOST OPGERIGT MDCCCXXVI.
INVICTO HEROI ADOLPHO COMITI A NASSAU QUI HIC ANNO MDLXVIII PRO PATRIAE LIBERTATE PUGNANS OCCUBUIT GRATA POSUIT POSTERITAS MDCCCXXVI.
N.B. Niet meer aanwezig. Vermeld: M. J. Adriani en H. A. Spandaw. Hulde aan de nagedachtenis van graaf Adolf van Nassau. Groningen 1827. Afbeelding: blz. X,1, tekst blz. 54-55. 'Op den heuvelachtigen zandgrond ... 5 minuten ten noorden van het tolhuis aan den mac-adams weg nabij de Kloostertil'. Vermeld: Landhuishoudkundige almanak ten dienste van land- en buitenman voor het jaar 1865.
GDW, blz. 912, nr. [5167].

b. Monument

[5168]23 MEI 1568, DE EERSTE ZEGE IN DE TACHTIGJARIGE WORSTELING VOOR DE VRYHEID DER NEDERLANDEN. / GRAAF ADOLF VAN NASSAU BLEEF IN DEN ROEMRYKEN SLAG. / 23 MEI 1868 DOOR HET NAGESLACHT DEN VADEREN GEWYD. / ORANJE MET NEDERLAND VERBONDEN.
Beeldhouwwerk: De stervende graaf Adolf van Nassau, houdend een vaandel, waarop RECUPERARE AUT MORI, gelegen aan de voeten van de hem beschermende nederlandse maagd met kort zwaard en overwinningspalm, vergezeld van de nederlandse leeuw.
Signatuur: J. H. EGENBERGER INV. en GEEFS SCULPS.
N.B. Afgebeeld: LNB, blz. 35. Zie: Maandblad Groningen, 1938, blz. 184. c. Oorkonde
GDW, blz. 912, nr. [5168].

[5169]Ter eeuwige gedachtenis van het derde eeuwfeest der overwinning bij Heiligerlee, op de Spanjaarden bevochten, en van den heldendood van Adolf van Nassau, bij die gelegenheid, heeft zijne koninklijke hoogheid prins Willem Nicolaas Alexander Frederik Karel Hendrik, prins van Oranje, ten dezen zijne majesteit Willem den Derden, koning der Nederlanden vertegenwoordigende, in het bijzijn van zijne koninklijke hoogheid prins Willem Frederik Hendrik der Nederlanden, op den 23 mei 1868 den eersten steen gelegd van dit nationaal gedenkteeken, waartoe de gelden zijn bijeengebracht door vrijwillige giften van Zijner Majesteits onderdanen.
Gedaan op het slagveld van Heiligerlee den 23 mei 1868, in tegenwoordigheid van de leden der hoofdkommissie voor het oprichten van dit gedenkteeken, die met Hunne Koninklijke Hoogheden en de hieronder vermelde autoriteiten deze oorkonde met hunne handteekening hebben bekrachtigd.
[geteekend] Prins van Oranje. Hendrik, prins der Nederlanden. Van Heiden. J. E. van Panhuys. J. D. Lewe Quintus, voorzitter der hoofd-kommissie, J. S. G. Koning, vicevoorzitter. B. Haitzema ViŽtor. H. Bouman, secretaris. A. J. de Sitter, penningmeester. H. A. Engelkens. L. Dikema. R. Folkers. C. A. Heijkoop. E. A. Sandbrink. U. P. Goudschaal. P. Penon.911
N.B. Oorkonde op perkament in tweevoud in loden koker in voetstuk van monument. Vermeld: Plechtige viering van 't derde eeuwfeest der overwinning bij Heiligerlee op den 23 mei 1868. Verslag van de werkzaamheden der hoofdkommissie. Groningen 1869. Blz. 22. Bibliotheek rijksuniversiteit Groningen, signatuur: MVO, portefeuille LVII, 12. Louis graaf van Heiden Reinestein, commissaris des konings in Groningen. Jhr. Jan Ernst van Panhuys, idem in Friesland. Zie: Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek, 5, 1921, k. 225; 10, 1937, k. 708.
GDW, blz. 912, nr. [5169].

3. WILDERVANK

a. Gedenkstenen

[5170]GRAFSTEEN VAN ADRIAAN GEERTS WILDERVANCK.
Wapens: Rechts: Gevierendeeld: I op een gewelfd terras een staande valk met gesloten vlucht en met een om de hals gestrikt lint; II staand op de snijlijn een gekroond kruis; III drie linkerschuinbalken; IV een gesnoerde en beslagen omgewende hoorn. [Wildervanck]. Links: Een arm, komend uit een van de linkerbenedcnhoek uitgaande wolk, de arm omstrengeld door een adder, zich uitstrekkend naar een door de hand gehouden heidestruik, de arm vergezeld in de linkerschildhelft, tussen heidestruik en wolk van een lelie. [Kerspel Veendam en Wildervank].
HIER RUST A. WILDERVANCK, DIE EEN VAN BEIDE KERCKEN / DIE HIER TER EERE GODS GESTICHT DOOR SYNE WERCKEN / VOLVEERDIG HEEFT BELEEFD, BESLOTEN DOOR EEN STEEN / DE NAAM VAN WILDERVANCK BLYFT EEUWIG IN HET VEEN.
N.B. Tegen oostelijke buitenmuur van hervormde kerk. Vervanging van GDW, nr. 4149. Provinciale groninger courant, 29 oktober 1857, nr. 130, bericht, dat de zerk de oorspronkelijke deksteen van de grafkelder is, opgewerkt door de zerkhouwer Korst te Groningen. Dit opwerken moet dan wel op zeer barbaarse wijze hebben plaats gevonden. Afgebeeld: H. J. Tiemersma. Waar heide eens was .... Groningen 1897. Blz. 7/8. Zie ook: GDW, nr. 5171.
GDW, blz. 912, nr. [5170].


[5171]1857. HULDE AAN ADRIAAN GEERTS WILDERVANCK, GEBOREN IN 1605, GESTORVEN IN 1661, ONTGINNER EN AANLEGGER DER VEENSTREKEN WILDERVANCK EN VEENDAM, WAARMEDE HY IN 1649 IS BEGONNEN.
N.B. Aangebracht boven GDW, nr. 5170. Afgebeeld: H. J. Tiemersma. Waar heide eens was .... Groningen 1897. Blz. 8/9. Ontginning begon 16 juni 1647. Zie: GVA, 1947, blz. 86.
GDW, blz. 912, nr. [5171].

b. Gedenknaald

[5172]S.P.Q.W. HULDE AAN DEN STICHTER VAN DE VEENKOLONIEN. 1647-1897. ADRIAAN GEERTS WILDERVANCK, 1605-1661.
Wapen: Gevierendeeld: I een staande valk met een om de hals gestrikt lint; II een gekroond, verkort, gelijkarmig kruisje, aan de uiteinden iets verbreed; III drie rechterschuinbalken; IV een omgewende gesnoerde hoorn.
HULDE AAN HET VOORGESLACHT. DOOR VOLHARDING TOT ZEGE. COMMISSIE: T. DE COCK BUNING, VOORZ.; E. EVERTS, VICE-VOORZ.; H. K. VAN HALTEREN, SECR.; A. P. RIEPMA, VICE-SECR.; P. P. KOOPS, PENNINGM.; N. VAN DUINEN, VICE-PENNINGM.; L. B. BRONGERS; DR. L. E. EERKES.
N.B. Voor gemeentehuis. Afgebeeld: LNB, blz. 14.913
GDW, blz. 912, nr. [5172].







Contact


Bron: A. Pathuis, Groninger gedenkwaardigheden. Teksten, wapens en huismerken van 1298-1814
(Assen/Amsterdam 1977), met aanvullingen en correcties door R.H. Alma.
Met dank aan Elibert Datema voor het scannen en ocr'en.
Aanvullingen en correcties graag naar mailredmeralmanl.



Laatst bijgewerkt 6 mei 2012
Naar begin van de pagina